Inzicht

Hoe meer ik weet, hoe preciezer ik zoek

Hoe meer ik weet, hoe preciezer ik zoek

Dertig jaar ervaring bezorgt mij niet altijd sneller een antwoord. Ze helpt mij wel gerichter zoeken: de relevante vraag vroeger zien, een aanname op tijd bijstellen en weten wanneer verder zoeken nog iets oplevert.

Mensen werken op een werf aan een gemetselde gevel; isolatiemateriaal en een houten constructie zijn zichtbaar.

Op een werf zie je snel of materiaal, vakkennis en afstemming op elkaar aansluiten.

Een LinkedIn-bericht van Stijn Baert over de waarde van universitaire masters zette mij aan het denken. In grote lijnen volg ik hem. Ik heb die academische weg zelf afgelegd en ze heeft mij een stevige basis gegeven. Toch bleef er één vraag hangen: als die vorming waardevol is, zijn inhoud, opbouw en duur dan vandaag ook optimaal?

Mijn eerste vermoeden was vrij stellig: opleidingen duren vaak te lang en passen zich te traag aan. Onderzocht had ik dat niet. Het was wel een bruikbaar vertrekpunt, omdat het mij dwong mijn eigen redenering tegen het licht te houden.

Van een overtuiging naar een betere vraag

Wie efficiëntie zoekt, besluit gemakkelijk te snel dat een opleiding korter moet. Nieuwe hulpmiddelen maken informatie sneller toegankelijk en sommige leertaken efficiënter. Maar sneller informatie vinden is nog niet beter leren. Een geslaagde proef in één vak bewijst niet dat een volledige master zonder verlies korter kan. En dat er curriculumbeleid bestaat, zegt nog niet dat een verandering in de praktijk ook beter werkt.

Ook het economische rendement van een diploma beslecht de discussie niet. Dat een master waarde heeft, vertelt nog niet welke inhoud meer verdieping verdient, wat anders georganiseerd kan worden of hoeveel leerwerk nodig blijft.

Mijn snelheidsvraag verdween dus niet. Ze werd preciezer, en ook ruimer. Wat kan werkelijk sneller of anders? Waar is verdieping juist onmisbaar? Hoe toetsen we wat beter werkt? En hoe zorgen we ervoor dat een bewezen verbetering tijdig in de opleiding belandt, en niet in een rapport blijft liggen?

Dat is voor mij de kern van nieuwsgierigheid: willen ontdekken welke vraag op dit moment het meeste verschil maakt. Meer weten is daarbij een middel. Die nieuwsgierigheid is een persoonlijke drijfveer. Ervaring heeft er geen procedure van gemaakt; ze heeft haar richting gegeven. Ik heb ze allebei nodig.

Dertig jaar ervaring maakt mijn vragen niet kleiner

Na dertig jaar werken herken ik sommige patronen sneller. Ik zie vroeger waar informatie ontbreekt, waar twee verklaringen niet op elkaar aansluiten of waar een beslissing verderop gevolgen zal hebben. Dat kan tijd winnen, maar snelheid is voor mij niet het grootste voordeel. Belangrijker is dat ik gerichter kan bepalen wat nog onderzocht moet worden en wat duidelijk genoeg is om te handelen.

Zakelijke vragen blijven zelden netjes binnen één vakgebied. Een commerciële belofte heeft gevolgen voor de uitvoering en voor wat mensen verwachten. Een juridische afspraak moet correct zijn, maar ook begrijpelijk en werkbaar. Een nieuwe digitale mogelijkheid krijgt pas waarde wanneer het hele werkproces er beter van wordt, voor de mensen die ermee werken én voor wie het resultaat ontvangt.

Daarom kijk ik vaak net voorbij de oorspronkelijke formulering van een vraag. Van elk praktisch probleem een strategisch onderzoek maken is daarbij niet de bedoeling. Ik wil alleen vermijden dat we een communicatievraag oplossen en intussen een uitvoeringsprobleem creëren, of een sluitende afspraak maken die niemand vlot kan toepassen.

Laptop met meerdere onleesbaar gemaakte werkvensters in een donker auto-interieur.

Een nieuwe mogelijkheid verkennen is het begin. Waarde krijgt ze pas wanneer ze begrijpelijk en bruikbaar wordt in het gewone werk.

Nieuwsgierigheid zonder richting is geen efficiëntie

Uitzoeken kost tijd. Wie altijd nog één bron, perspectief of scenario toevoegt, kan een beslissing eindeloos uitstellen. Ervaring heeft bovendien een keerzijde: snelle herkenning kan omslaan in tunnelvisie. Een vertrouwd patroon lijkt dan zo overtuigend dat afwijkende informatie te weinig gewicht krijgt.

Nieuwsgierigheid heeft daarom tegenspraak nodig. Welke informatie zou mijn eerste verklaring ontkrachten? Wiens stem ontbreekt? Doet de resterende onzekerheid er nog toe voor de beslissing? En als we genoeg weten: wat gaan we nu doen?

Efficiëntie is voor mij iets anders dan zo snel mogelijk antwoorden. Ze zit in het oordeel over waar verder zoeken nog iets oplevert. Soms is vertragen verstandig, omdat een fout uitgangspunt later veel herstelwerk veroorzaakt. Soms is afronden de betere keuze, omdat bijkomende analyse de beslissing niet meer wezenlijk verandert.

Die afweging telt ook in de uitvoering. Een aanname bijstellen vóór ze in een tekst, afspraak of systeem vastligt, is iets heel anders dan achteraf alles herstellen. Ook daar past bescheidenheid: ervaring garandeert geen kortere doorlooptijd en maakt werk niet foutloos. Ze helpt vooral om bewuster te kiezen waar aandacht nodig is.

De basis én wat je ermee doet

Mijn academische vorming gaf mij een stevige basis van inhoud, methode, oefening en feedback. In de jaren daarna ben ik die basis in de praktijk blijven gebruiken en oefenen: kennis verbinden, argumenten uit elkaar halen, gevolgen over vakgrenzen heen zien en niet te snel tevreden zijn met een aannemelijk antwoord. Hoe die basis en mijn manier van werken zich precies hebben gevormd, valt niet netjes uit elkaar te halen.

Nieuwsgierigheid vervangt die basis niet, en evenmin deskundigheid, degelijk onderzoek of oefening. Ze is ook niet voorbehouden aan wie een universitair diploma heeft. Haar waarde zit in de combinatie: genoeg kennen om relevante verbanden te zien, open genoeg blijven om een vertrouwde verklaring te betwijfelen, en praktisch genoeg oordelen om tot een beslissing en tot uitvoering te komen.

Een pan met een kleurrijk gerecht in rode saus.

Nieuwsgierigheid houdt niet op waar het werk ophoudt. Ook koken is proberen, proeven en bijsturen.

Dat is wellicht waarom ervaring mijn nieuwsgierigheid niet kleiner heeft gemaakt. Hoe meer context ik opbouw, hoe beter ik zie hoezeer een vraag verandert wanneer je er vanuit een ander domein naar kijkt. Niet elke zijweg is nuttig, en niet elke nieuwe mogelijkheid verdient toepassing. Maar één goed gekozen extra vraag kan voorkomen dat we met veel overtuiging het verkeerde probleem oplossen.

Mijn vermoeden over de duur van opleidingen is daarmee niet eenvoudig bevestigd of weerlegd. Onderzoek en tegenspraak maakten de vraag preciezer: wat kan sneller, wat vraagt verdieping, hoe toetsen we dat en hoe zetten we bewezen verbetering tijdig om in actie?

Voor een zakelijke vraag betekent dat iets concreets: gericht onderzoeken, de samenhang bewaren en op tijd afronden. Van commerciële keuze en juridische afspraak tot communicatie en uitvoering. Niet blijven zoeken om het zoeken, maar weten wanneer verder kijken nodig is en wanneer het tijd is om de lijn door te trekken naar wat werkelijk moet gebeuren.

Bronvermelding: deze reflectie vertrekt van een publiek LinkedIn-bericht van Stijn Baert over de waarde van universitaire masters en verwijst naar zijn opiniestuk in De Standaard. Dit artikel neemt geen inhoudelijke claims over uit de volledige tekst achter de betaalmuur of uit de onderliggende studie.

Op LinkedIn werkt Dominiek deze reflectie verder uit.

Lees het artikel op LinkedIn →

← Alle inzichten