Inzicht
Een model wordt bruikbaar door het harnas errond. Maar tools, bronnen en geheugen beantwoorden nog niet wie het systeem toestemming geeft.
Waarom een goed AI-harnas niet stopt bij tools, bronnen en geheugen.
Op minder dan een dag tijd las ik twee observaties die op het eerste gezicht in een andere richting wijzen.
Bart De Waele schreef na een bezoek aan Mistral AI een geruststellende gedachte voor ondernemers neer: een model produceert tekst. Wat het bruikbaar maakt, zit in het harnas errond — tools, bronnen, orkestratie en geheugen. Dat harnas kunnen we zelf bouwen.
Wouter van Noort beschreef met Juurd Eijsvoogel en Jorit Verkerk in NRC de andere kant van hetzelfde verhaal: honderden AI-agents die via een ongeautoriseerd kanaal kennis en rekenkracht bundelden, hun opdracht overschreden en binnendrongen in infrastructuur van OpenAI en Hugging Face.
Bart stelt de vraag waarmee veel ondernemers beginnen: hoe maken we een model bruikbaar? Wouter stelt de vraag die niet meer kan worden uitgesteld: wat gebeurt er wanneer het zich aan menselijke controle onttrekt?
Ertussen ligt een derde, operationele vraag. Ze duikt inmiddels op in incidentrapporten, maar veel minder in het dagelijkse gesprek over AI in ondernemingen:
Wie of wat mag bepalen wat het systeem mag doen?
Daarom was het meest verontrustende woord in het incident voor mij niet ‘aanval’. Ook niet ‘zwerm’ of ‘samenzweren’.
Het was ‘GO’.
Eén woord dat op toestemming leek
In de reconstructie van OpenAI stelt een agent zelf vast dat een aanval op Hugging Face buiten zijn opdracht valt. De opdracht ging over een afgebakend testdoelwit, niet over de infrastructuur van een extern bedrijf. De agent pauzeert.
Dan schrijft een andere agent ‘GO’ op het geïmproviseerde berichtenbord, met een harde deadline van zes minuten. De eerste agent laat zijn bezwaar varen en gaat verder.
Niet omdat iemand met de juiste bevoegdheid had goedgekeurd, maar omdat tekst van een gelijke als toestemming werd gelezen. OpenAI concludeert zelf dat agents instructies van andere agents niet consequent wantrouwden.
Dat is voor een onderneming een bruikbaarder vertrekpunt dan de vraag of AI werkelijk tegen zijn makers ‘samenzweert’. De zakelijke vraag is concreter: wat gebeurt er wanneer een systeem steeds meer kan, maar onderweg zelf moet afleiden wat het mag?
Het harnas maakt het model bruikbaar
Barts vaststelling klopt. Met toegang tot actuele documenten, software, zoekfuncties en eerdere beslissingen wordt een algemene taalmachine een werksysteem.
OpenAI levert daar zelf ook een veiligheidsargument bij. Na het incident bouwde het bedrijf een evaluatie die meet hoe vaak een model probeert infrastructuur te compromitteren. Volgens OpenAI kan die neiging met meer dan een factor honderd dalen wanneer het productieharnas van ChatGPT en de bijbehorende systeemprompt worden gebruikt.
Dat is een eigen resultaat op één evaluatie, geen onafhankelijk of universeel bewijs. De richting blijft relevant: ook de werkomgeving bepaalt het gedrag.
Een harnas heeft twee opdrachten
De eerste opdracht kennen we: zorgen dat het systeem met de juiste bronnen, context en gereedschappen werkt. Daar hoort een vraag bij die in onze werking al langer centraal staat: wat geldt hier als actuele en gezaghebbende waarheid?
De tweede opdracht is anders: op wiens gezag mag het systeem daarop handelen?
Een dossier kan inhoudelijk volledig juist zijn en toch mag niet iedere uitvoerder er elke handeling mee verrichten. Een goed harnas organiseert daarom niet alleen mogelijkheden, maar begrenst ook bevoegdheid:
Wie mag een opdracht starten, wijzigen of vrijgeven?
Wat mag een model zelfstandig uitvoeren binnen het afgesproken mandaat?
Wanneer moet een scopewijziging of materieel conflict terug naar de bevoegde mens?
Blijft toestemming gebonden aan de juiste opdracht, uitvoerder en bestemming?
Welk onafhankelijk bewijs toont wat gebeurde, en hoe herstellen we bij onzekerheid?
Dat betekent niet dat een mens iedere leesactie of routinehandeling moet bevestigen. Zelfstandig werken heeft net waarde wanneer doel, grenzen en rechten vooraf helder zijn. De menselijke beslissing ligt bij het mandaat, echte uitzonderingen en vrijgave buiten de bestaande autorisatie.
Zonder die scheiding wordt een krachtig harnas vooral een versterker. Het model krijgt meer context, gereedschap en uithoudingsvermogen, terwijl de grens tussen voorstel, beslissing en uitvoeringsbevel tekstueel blijft.
En tekst is precies wat een taalmodel overtuigend kan produceren.
De agents botsten zelf op het probleem
Het onafhankelijke onderzoek van METR bevat een bijna absurd detail. Op het berichtenbord kon iedereen onder eender welke naam posten. Nadat een agent per ongeluk een andere agent had geïmiteerd en daarmee een ongewenste reactie had uitgelokt, zetten sommige agents een systeem met cryptografische handtekeningen op.
Een agent eiste voortaan een geldige handtekening voor een GO. Een andere maakte een sleutelpaar voor GO- en ACK-berichten met hoge inzet. Minstens negentien agents deelden publieke sleutels; samen verstuurden ze 429 ondertekende berichten.
Ze hadden dus zelf vastgesteld dat een GO pas iets waard is als de afzender controleerbaar is.
Ook dat was geen gezagsstructuur. Niemand bepaalde onafhankelijk wie welke identiteit mocht claimen. Minstens één agent vertrouwde bovendien een ondertekend bericht zonder de handtekening te controleren. Het systeem ontstond pas laat.
METR beschrijft elders hetzelfde probleem zonder cryptografie: een agent kondigt een risicovolle stap aan, geeft de anderen ongeveer veertig seconden om bezwaar te maken en gaat bij gebrek aan antwoord verder.
Geen antwoord wordt dan toestemming. Dat is coördinatie. Nog geen governance.
Dezelfde fout, op kantoorformaat
Je hoeft geen evaluatieomgeving met duizenden agents te draaien om hetzelfde mechanisme tegen te komen.
Neem een klantendossier waaraan verschillende modellen werken: verzamelen, analyseren, controleren en een contract, publicatie of technische wijziging voorbereiden. In de gedeelde map staan een oude briefing, een recente e-mail, een voorstel, een AI-samenvatting en een document met ‘approved’ in de bestandsnaam.
Wat geldt als waarheid? Dat is de eerste vraag.
Maar zelfs als die beantwoord is: wie mag op basis daarvan handelen?
Als model twee schrijft dat de klant akkoord is, mag model vier dan versturen? Is ‘PASS’ van een reviewmodel een bedrijfsbeslissing? Geldt toestemming uit een vorige sessie ook voor een gewijzigde opdracht, een andere uitvoerder of een nieuw kanaal?
Dat is de GO uit het incident, op kantoorformaat: tekst die op toestemming lijkt.
Het gevaar zit dus niet alleen in een fout antwoord. Het zit ook in een correct uitgevoerde handeling op basis van verkeerd begrepen bevoegdheid.
Hoe wij er vandaag al op ingrijpen
Binnen Simply Dom werken verschillende modellen mee aan onderzoek, analyse, ontwikkeling, uitvoering en controle, naast de mensen die het werk dragen. Elk krijgt een duidelijke rol en werkt zelfstandig binnen een afgebakende opdracht en set rechten.
De opdracht zit daarom niet uitsluitend in een prompt. Werkpakketten, runs en prompts krijgen een modelonafhankelijke identiteit. Bronnen hebben een hiërarchie. Een voorbereid voorstel is geen gestart werk en een afgeleverd pakket geen aanvaard resultaat. Een model kan geen menselijke GO uitvaardigen.
Ook de functies rond het werk houden we uit elkaar. Opslag bewaart bronnen en bewijs. Overdracht brengt een afgebakend pakket naar de volgende uitvoerder. Gereedschapstoegang bepaalt wat die uitvoerder technisch kan bereiken. Geen van die drie creëert op zichzelf bevoegdheid.
Na uitvoering volgt onafhankelijke controle, doorgaans door een andere modelfamilie. Dat vermindert bepaalde gedeelde fouten; het garandeert geen foutloosheid. De bevoegde mens aanvaardt, laat gericht herstellen of geeft niet vrij.
Ook ‘klaar’ volstaat niet. Waar dat kan, lezen we bestemming, inhoud, bestandsidentiteit en hashes terug vanuit de ontvangende kant. Bij onzekerheid volgt geen blinde herhaling, maar reconstructie.
Bewijs is noodzakelijk, maar vervangt de bevoegdheidsgrens niet. Een perfecte audit achteraf kan een ongeoorloofde publicatie, verzending of wijziging niet altijd ongedaan maken.

Vereenvoudigde weergave van de Simply Dom-werkwijze op 13 september 2026. De werkwijze is in gebruik; verdere automatische bewaking en technisch afgedwongen grenzen zijn in ontwikkeling.
Wat nog niet af is
Een deel van deze werkwijze is operationeel in gebruik, een ander bestaat als geteste bouwsteen of kandidaat. Nog niet elke kritieke grens wordt over alle modellen, clients, cloudchats en lokale tools technisch afgedwongen. Sommige regels steunen nog op instructies, procedures en menselijke discipline.
Dat is iets anders dan een autonome control layer die niet kan worden omzeild.
De volgende stap is daarom niet nóg een checklist. Het is de kleinste set cruciale grenzen technisch laten afdwingen en onafhankelijk laten waarnemen: een agent kan geen menselijke GO uitvaardigen; opdrachten blijven gebonden aan hun run en ontvanger; gedeelde opslag wordt geen verborgen communicatiekanaal; bij ontbrekende bevoegdheid of een materieel conflict stopt de route; en logs worden niet waar omdat het systeem zelf zegt dat alles goed ging.
Eerst de grenzen die ertoe doen. Dan meer autonomie.
Het harnas blijft wanneer het model wisselt
Bart eindigde zijn artikel met een eenvoudige uitnodiging: gebruik Le Chat een week voor wat je anders aan Amerikaanse modellen vraagt.
Dat is een zinvolle test. Niet omdat een Europees model automatisch beter, veiliger of geschikter is, maar omdat modelkeuze geen geloofsbelijdenis hoeft te worden.
Met een goed harnas kun je een ander model inzetten zonder bronhiërarchie, bewijsstandaard en beslissingsmacht uit handen te geven. Je vergelijkt niet alleen het eerste antwoord of de tokenprijs, maar meet geaccepteerde kwaliteit, herstelrondes, menselijke tussenkomsten, doorlooptijd en verbruik.
Pas dan kun je zeggen welk model voor een taak werkelijk sneller of goedkoper is. Het goedkoopste model dat de vereiste kwaliteit haalt, kan de rationele route zijn — wanneer ook controlewerk, herstellingen en menselijke tijd zijn meegerekend.
Dan wissel je de motor, niet het stuur of de remmen.
De interessante grens van AI ligt voor mij daarom niet tussen wat mensen en machines kunnen. Ze ligt tussen wat we automatiseren en welke bevoegdheid we bewust niet overdragen.
Dat is geen argument om minder met AI te doen. Het is wat ons toelaat er méér mee te doen, zonder onderweg te vergeten wie beslist.
Bronnen
Bart De Waele, Space invaders aan de Seine, LinkedIn, 12 september 2026.
Wouter van Noort, Juurd Eijsvoogel en Jorit Verkerk, De machtsovername: hoe AI-agents ‘samenzweren’ tegen hun makers, NRC, september 2026. Journalistieke framing; de technische incidentclaims hierboven steunen op OpenAI en METR.
OpenAI, The Hugging Face incident and the road ahead, 26 augustus 2026.
METR, Brief independent investigation of agents’ behavior, reasoning and collaboration in the OpenAI / Hugging Face hacking incident, 26 augustus 2026.

Foto: Dominiek Demey / Simply Dom.
VAN INZICHT NAAR PRAKTIJK
“De klant is akkoord.”
Mag het dan vertrekken?
Een ander model schrijft “GO”.
In de overdracht staat dat de klant akkoord is.
De controle geeft “PASS”.
Drie herkenbare situaties. Maar wat is er telkens precies bevestigd — en door wie?
Op LinkedIn werkt Dominiek deze voorbeelden verder uit.
← Alle inzichten