Inzicht

Een taalwisselaar, drie AI-systemen en één beslisser.

Een taalwisselaar, drie AI-systemen en één beslisser.

Een simpele taalwisselaar werd een kleine praktijktest in agentic werken: ChatGPT bepaalde mee de spelregels, Claude bouwde, Kimi controleerde in een echte browser — en de beslissing bleef waar ze hoorde.

AI wordt pas echt bruikbaar wanneer duidelijk is wie wat doet — en vooral: wie wat níét mag doen.

Het begon eigenlijk met iets banaals.

Mijn nieuwe website is meertalig. Nederlands, Frans, Engels en Duits. Bovenaan stond een eenvoudige taalkeuze: NL, FR, EN, DE.

Ze werkte.

Alleen niet goed genoeg.

Wie bijvoorbeeld op de pagina Aanpak zat en naar het Frans wisselde, kwam op de Franse homepage terecht. Technisch gezien was de taal veranderd. Voor de bezoeker was de context gewoon weg.

Dat wilde ik opgelost hebben.

Nu kun je op zo’n moment natuurlijk zeggen: AI, fix dit.

Dat is ongeveer het tegenovergestelde van hoe ik ermee wil werken.

Eerst bepalen wat “opgelost” betekent

De vraag was niet: maak een betere taalwisselaar.

De vraag was:

  • behoud bij een taalwissel dezelfde inhoudelijke pagina;

  • gebruik de bestaande vertalingen en URL-structuur;

  • verander niets aan de rest van de website;

  • werk eerst buiten productie;

  • zorg dat elke wijziging controleerbaar en omkeerbaar is;

  • en publiceer niets zonder expliciete goedkeuring.

Dat lijkt misschien overdreven voor een taalkeuzeknop.

Maar net daarin zit voor mij het verschil tussen AI gebruiken en AI werk laten uitvoeren.

Zodra een systeem daadwerkelijk dingen kan wijzigen, is een goede prompt niet meer alleen een vraag. Het wordt bijna een werkbon: dit is het doel, dit zijn de grenzen, hier stop je, en dit moet bewezen zijn voor we verdergaan.

Niet één AI die alles doet

Voor deze kleine ingreep gebruikte ik uiteindelijk drie verschillende systemen.

ChatGPT hield het overzicht. Probleem definiëren, stappen uitwerken, risico’s afbakenen en telkens bepalen wat de volgende toegelaten handeling was.

Claude Code kreeg rechtstreeks toegang tot het Framer-project. Eerst alleen lezen. Daarna een aparte branch maken. Vervolgens de taalwisselaar aanpassen, exact rapporteren welke onderdelen gewijzigd waren en vooral: nergens anders aankomen.

Daar kwam al meteen iets nuttigs uit.

De oplossing die ik visueel voor ogen had — permanent NL / FR / EN / DE — bleek technisch minder goed dan Framer’s eigen taalcomponent. Die native oplossing toont één taal met een dropdown.

Minder zoals ik het oorspronkelijk had getekend.

Functioneel veel beter.

Dus moest er iemand beslissen.

Dat was niet Claude.

Dat was ik.

Ik heb de visuele voorkeur laten vallen omdat de functionele oplossing beter was. AI kon de mogelijkheden blootleggen. De afweging bleef menselijk.

En daarna geloofde ik Claude nog altijd niet

Niet omdat Claude slecht werk had geleverd.

Maar omdat degene die iets bouwt niet automatisch degene moet zijn die het goedkeurt.

Claude kon aantonen dat de juiste component in het project stond. Dat de mobiele versie correct erfde. Dat alleen navigatie en footer gewijzigd waren.

Maar dat bewijst nog niet wat een bezoeker in een echte browser ervaart.

Daarom ging dezelfde versie naar een aparte testomgeving.

Kimi, via WebBridge, kreeg vervolgens een heel andere opdracht: niets bouwen, niets aanpassen, alleen doen wat een bezoeker zou doen.

Pagina openen.

Taal veranderen.

URL controleren.

Kijken of dezelfde pagina behouden bleef.

Op desktop.

Op mobiel.

En terug naar Nederlands.

Aanpak bleef Aanpak.

Contact bleef Contact.

Support bleef Support.

Nederlands → Frans → Engels → Duits → Nederlands.

Geen enkele overgang gooide de bezoeker terug naar een homepage.

Pas toen was de wijziging voor mij geslaagd.

Het interessante was dus niet die taalwisselaar

Die was uiteindelijk het minst interessante onderdeel van het verhaal.

Wat ik interessanter vind, is de taakverdeling.

Geen enkel systeem kreeg zomaar het hele proces.

De ene hielp bepalen wat juist moest zijn.

De tweede mocht bouwen binnen duidelijke grenzen.

De derde moest controleren wat er werkelijk gebeurde.

En ik bleef degene die besliste wanneer een afwijking aanvaardbaar was, wanneer een volgende stap mocht gebeuren en uiteindelijk wanneer iets naar productie kon.

Dat klinkt misschien minder spectaculair dan “AI bouwde mijn website.”

Maar het is veel dichter bij hoe ik denk dat AI echt bruikbaar wordt in een bedrijf.

Niet door zoveel mogelijk autonomie weg te geven.

Wel door heel precies te bepalen:

wie mag denken, wie mag uitvoeren, wie controleert — en waar blijft de beslissing liggen.

In dit geval begon dat allemaal met vier kleine taalkeuzes bovenaan een website.

Het eindigde met een werkwijze die ik intussen veel interessanter vind dan de knop zelf.